Visie

Onderwijsvisie in de Wonder-wijzer

1. Over leren:

“Alle levende wezens vertonen ontwikkeling als een kenmerkende eigenschap.
Dat geldt voor planten, voor dieren en zeker voor de mens.”
 

Op onze school vertrekken we vanuit de visie dat een kind zich in zijn totaliteit ontwikkelt. Het is dus noodzakelijk om bij het begeleiden van dit ontwikkelingsproces rekening te houden met alle aspecten van de ontwikkeling: het cognitieve, het muzisch-creatieve, het dynamisch-affectieve, het psycho-motorische en het sociale. Alleen dan kan je zeker zijn dat een kind voldoende kansen  krijgt om zich ten volle te ontplooien.

Het geloof dat je als leerkracht of als ouder dit proces kan beïnvloeden is de drijfveer om samen te blijven zoeken naar wat kinderen nodig hebben om tot fundamenteel leren te komen.  “Fundamenteel leren staat tegenover oppervlakkig leren en herken je aan het feit dat de opgenomen kennis werkelijk iets toevoegt aan je mogelijkheden. Er wordt een stap in de ontwikkeling gezet die leidt tot andere gedragsmogelijkheden.”

Bijvoorbeeld: je kan kleuters een ei tonen in een doosje of op een prent of je kan ze dagelijks eitjes uit het hok laten halen waarbij ze voelen dat vers gelegde eitjes nog warm zijn, dat ze kunnen stukvallen, dat 1 kip ook maar 1 ei per dag legt enz…

Je kan in de rekenles uitleggen dat 1 kilometer 1000 meter is en je kan dat mooi in een tabel zetten of je kan ter plaatse een afstand van 1000 meter gaan uitzetten om zo een gevoel te krijgen wat afstand is en wat 1000 meter eigenlijk is. Afstand ‘voelen’ geeft betekenis wanneer je daar een volgende keer mee geconfronteerd wordt.

In de Wonder-wijzer zijn we ervan overtuigd dat kinderen zich op hun gemak moeten voelen, emotioneel zo vrij mogelijk moeten zijn, om tot fundamenteel leren te komen. Wij erkennen elk kind als echt, we nemen kinderen zoals ze zijn! We leren hen kijken naar en omgaan met hun kwaliteiten, eigen karaktertrekken en beperkingen, waardoor zij een realistisch zelfbeeld en een groter zelfvertrouwen ontwikkelen.

Uiteraard hechten wij veel belang aan cognitieve ontwikkeling: het opdoen van kennis. Kinderen moeten open staan om nieuwe dingen te leren.  Wij bieden daarom ervaringsgericht onderwijs, in een levensecht kader. Op regelmatige tijdstippen trekken we de deur van de klas achter ons dicht om de wereld te ontdekken en te verkennen.  Ervaringen die het leren in de klas rijker maken. Het volstaat immers niet dat er enkel kennis aangeboden wordt. Het is vooral de manier waarop deze verwerkt en opgenomen wordt die telt. Met deze open houding ontwikkelen kinderen hun denken: van ‘meedenken’ met de leerkracht en andere kinderen, naar ‘zelf oplossingen zoeken voor problemen’ tot in een laatste fase ‘creatief denken’.

Leren voegt alzo iets fundamenteels toe aan de eigenwaarde van kinderen.

Bijvoorbeeld: In de herfst ligt de speelplaats vol bladeren. In normale omstandigheden verdwijnen die in de ‘groene container’ en worden door de afvaldienst opgehaald. Op school verzamelen we de gevallen bladeren op de composthoop: bladeren verzamelen, op de kruiwagen laden, omkieperen op de composthoop. In het komende jaar wordt het hoopje kleiner en wisselt het van plaats. Het proces wordt op de voet gevolgd: pieren worden talrijker en na een jaartje is de hoop nog maar eenderde zo groot en doet hij dienst als voeding voor de plantenbakken. Intussen is ook duidelijk geworden waarom de kippen zo tuk zijn op onze composthoop…!

Om deze ontwikkeling optimaal te laten verlopen zorgen we ervoor dat het oefenen en verfijnen van vaardigheden en attitudes betekenisvol verweven zit in onze dagelijkse werking. Zo hechten wij veel belang aan zelfstandigheid, samenwerking, exploratie en experiment, zelfregulering en reflectie, communicatie, initiatief nemen, kritisch zijn, zorg dragen voor, verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen, creativiteit, …

Bijvoorbeeld: in de zandbak leren kinderen dat samenwerking ervoor zorgt dat het werk sneller gaat, daar gebruiken ze hun creativiteit om “zeteltjes” te bouwen in het zand, of “vallen” voor de indringers, daar leren ze respect ontwikkelen voor de inbreng van de anderen, daar leren ze wat “diep”of “hoog” of “breed” betekent en dat ze aan het einde van hun spel samen verantwoordelijk zijn dat al het zand weer netjes “in” de zandbak achterblijft..  

Na de praatronde worden proefjes uitgevoerd: meetwerk bv. hoe groot is de walvis, hoe zwaar is een ijsbeer, hoeveel eitjes hebben de kippen vandaag gelegd? ,…  

Tekeningen van kleuters worden verhalen, die we willen schrijven, willen lezen, vertellen aan elkaar.  

We leren woorden die op dat moment centraal staan in een thema in de klas , om zo alles te leren lezen en onze kennis te verruimen. 

Dit fundamenteel leren maakt dat de kinderen hun leerproces ervaren als “iets voor het leven” en niet om enkel, via reproductie van kennis,  goede cijfers op een rapport te behalen. Ervaringsgericht onderwijs legt de nadruk op het ontwikkelingsprocesen niet op het resultaat of het ‘afgewerkt product’. Leren doen we met kleine stapjes en voor de lange termijn.

Het leerproces wordt  gestuurd door eenteam van ervaren leerkrachten die de kinderen, binnen bepaalde grenzen, de kans geven op eigen tempo en volgens eigen kunnen te laten groeien. Uiteraard bewaken de leerkrachten het leerproces van alle kinderen, niet enkel via gerichte toetsen maar wel door het observeren en bijsturen van processen van individuele kinderen.

Waarom we leren lezen, schrijven en rekenen komt regelmatig aan bod en wordt voor de kinderen tastbaar doorheen de projecten, experimenten, …
We bieden de kinderen de tijd om tot lezen, schrijven te komen met oog op het begrijpen van woord en zin, eerder dan afratelen van woorden zonder betekenis.

We vertrouwen ook op het groeipotentieel dat elk kind in zich draagt. We streven ernaar de kinderen vanuit hun kracht te laten leren en de zin om verder te groeien te versterken.

2. Over je goed voelen

De periode van de kleuter- en lagereschooltijd moet bij uitstek een tijd zijn waarin kinderen zorgeloos en onbekommerd door het leven gaan. We werken aan een warme school met een positief schoolklimaat zowel voor kinderen, schoolteam als ouders.

Voorbeeld: verjaardagen worden met de hele school in de kring op de speelplaats gevierd. Zo ervaren kinderen dat ze elk om de beurt in het zonnetje staan.

In alles wat we doen mikken we  daarom op een hoge graad van welbevinden: zitten kinderen goed in hun vel? Hoe beter een kind zich voelt in zijn omgeving, hoe groter de kans dat het met succes leert. De leerkracht draagt hieraan bij door:

  • de manier waarop hij/zij voor de klas staat,
  • zich tussen de kinderen begeeft,
  • hen aankijkt, aanspreekt en toezicht houdt,
  • hierbij zich laat leiden door bezieling, gedrevenheid, humor, een positieve houding, een gezagsrelatie ipv een machtsrelatie hanteert

Als een kind het gevoel krijgt aanvaard te zijn, neemt de kans op ontwikkeling toe.

Leerprocessen vertrekken waar mogelijk vanuit de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen, wat hun motivatie, gedrevenheid en enthousiasme om te leren actief houdt. Door kinderen betrokken te maken, leren ze daarbij veel intenser en wordt de kennis dieper verankerd. De leerkracht neemt kinderen ernstig, stimuleert hen, luistert echt naar hen, gaat in op vragen, sluit aan bij hun leefwereld, stelt zich op als mee-denker, mee-zoeker.

Door het graadklassensysteem zijn kinderen beurtelings de oudste of de jongste van de klas. Leren zorg dragen voor de jongere kinderen en zich geborgen weten bij de “groten” zijn daarom kostbare ‘partners’ van elkaar. Ook op onze speelplaats spelen jong en oud samen.

3. Over opvoeden:

Wij ondersteunen kinderen in de opvoeding tot zelfbewuste mensen, met respect voor anderen in hun omgeving, zodat ze later zelfzeker en met beide voeten op de grond, in de wereld staan. Bovendien zijn de leerlingen zelf voortdurend in interactie met de hen omringende wereld: ze ervaren hoe sociale verbandenin elkaar zitten en hoe regels daarbij ontstaan. Leerlingen komen zo te weten waarvoor regels dienen en of die wel of niet overtreden of veranderd kunnen worden.

Bijvoorbeeld: Er zijn twee zandbakken: een voor de kleuters en een voor de lagere school. Nochtans begrijpt iedereen het perfect als kinderen uit de derde graad in de kleuterzandbak mee willen taartjes bakken. Anderzijds weet iedereen heel goed dat fluovestjes nooit ter discussie kunnen staan: die draagt iedereen!

Wij vinden het belangrijk dat kinderen een realistisch zelfbeeld ontwikkelen: weten wat je goed kan en wat je niet goed kan is nodig om zelfvertrouwen te krijgen. Daarbij leren kinderen op de Wonder-wijzer hun eigen sterktes gebruiken om hun beperkingen te compenseren.

zelfvertrouwenWij hechten er veel belang aan om kinderen fundamentele levenswaarden mee te geven: zij leren hier aanvaarden dat iedereen anders is, ze leren het goede in de ander zien.

De school is niet-confessioneel. Dit wil zeggen dat de school niet wil kiezen voor een bepaalde godsdienst. Kinderen kunnen op school vrijuit over religie en overtuiging praten. Respect voor mekaars geloofsovertuiging is een deel van respect voor de persoon.

In FOPEM-scholen wordt Cultuurbeschouwing gegeven in plaats van godsdienst of zedenleer. Ditzit verweven in de dagelijkse klaspraktijk. Vanuit de school nemen we geen initiatief om godsdienstige of levensbeschouwelijke rituelen (communies, ramadan, lentefeest…) te organiseren. We staan er echter wel voor open deze mee te ondersteunen als er initiatief vanuit de ouders komt.

Naast de algemene menselijke waarden (eerlijkheid, respect, rechtvaardigheid, behulpzaamheid,…) is er ook ruimte voor bewondering en verwondering, voor confrontatie met de mooie dingen in het leven en confrontatie met pijn, verdriet en dood.

4. over zorg op school

In elke school zijn er kinderen die extra aandacht vragen, om welke reden dan ook.  Deze kinderen stellen de school voor de uitdaging om te differentiëren, dit wil zeggen: het aanbod van de school aanpassen aan de noden en mogelijkheden van de kinderen.

De begeleiders gaan nadenken over de doelstellingen die ze met het ene kind wel en met het andere kind eventueel niet kunnen bereiken, over hun instructiewijze, over aangepaste materialen die ze nodig hebben en over hun manier van evalueren.

Wanneer je aanneemt dat kinderen mogen verschillen, aanvaard je dat zowel het leertraject als het begin- en eindpunt mogen verschillen.  Niet alle kinderen moeten op hetzelfde ogenblik en op dezelfde leeftijd hetzelfde kunnen.  Dit veronderstelt flexibele leerlingengroepen.

Voor de hele visie omtrent zorg verwijzen we naar de visietekst op de website.  

5. Ieder zijn engagement:

Kinderen komen naar school om te leren.

Leerkrachten geven hen een stevig basispakket mee om hun latere studies verder te zetten. Zij engageren zich om het beste van zichzelf te geven en zo het beste uit uw kind te halen.

Wij vinden betrokkenheid van ouders waardevol vanuit het oogpunt dat ouderbetrokkenheid het welbevinden van kinderen en ouders vergroot.

Voorbeeld: door regelmatig dingen op school te doen kent iedereen je naam, je hoort er als ouder ook bij. Je maakt deel uit van de school. Zonder jou zou de school een beetje anders zijn en wij hebben de school liever zoals die is mét jou!

Er zijn tal van mogelijkheden:  leesmama’s en leespapa’s, knutselhulp bij projecten, samen soep koken, uitstapjes begeleiden, … Wij verwachten ouders ook op klasvergaderingen, op klusdagen voor het onderhoud van ons schoolgebouw, in de beurtrol voor het poetsen van de klassen.

Om het schoolgebeuren vlot te laten verlopen zijn er ook werkgroepen waar ouders bij kunnen aansluiten zoals het feestcomité, de fietspool, werkgroep speelplaats, ICT-werkgroep, …  

6. Over ecologie:

De wereld is voortdurend in verandering. Onderwijs moet daar op inspelen. Door ecologie, economie en technologie samen te brengen leren we kinderenvertrouwd worden met de uitdagingen van de toekomst. Door veelvuldig contact met de natuur leren we kinderen zorgzaam omspringen met ons milieu. We kiezen voor een milieubewust beleid.

Voorbeeld: op het takenbord van de speelplaats kan elke klas zien wat hun taak is voor de komende week: dieren voeren, speelplaats borstelen, hokken uitmesten, controle over het opruimen van het speelgoed en zo meer. Daarnaast heeft elke klas een stukje (moes)tuin om te leren verzorgen.

ecologieMilieubewustzijn en sociale rechtvaardigheid zijn waarden waarmee we de kinderen op onze school willen opvoeden. Dit opvoeden houdt niet enkel een theoretisch standpunt in. Ook in de huishouding van de school kiezen we voor milieuvriendelijke producten, vermijden we afval, zijn we zuinig met grondstoffen en energie. Waar we kunnen, vermijden we het om producten of diensten te gebruiken die het resultaat zijn van schadelijke processen of onrechtvaardige praktijken. We doen niet mee aan overconsumptie: voor voeding betekent dit vooral snoep en frisdranken uitsluiten of beperken. Ook in andere aankopen streven we soberheid na. We opteren voor rechtvaardige wereldhandel. Lokale producenten, handelaars en seizoensgebonden producten genieten onze voorkeur, voor zover ze ook aan de andere criteria voldoen. We zien dit ook nog als een groeiproces op onze school.

In het kader van gezonde voeding zorgt de school tweemaal per week voor fruit op school. Ze zorgt ook zelf voor droge koeken en biedt nooit zelf chocolade aan. Bij feesten als Sinterklaas en Pasen zoeken we naar een goed alternatief. Bij de maaltijden voorziet de school kraantjeswater of melk. Op vrijdag is er wekelijks verse soep.

In de moestuin leren de kinderen de handen uit de mouwen steken: een goede opbrengst garandeert lekkere soep op vrijdag! Uiteraard verdwijnt het groenafval bij de kippen of op onze composthoop…

Om aan  de mobiliteit- en milieuproblematiek tegemoet te komen organiseert de school een fietspool. Zo leren kinderen zich veilig en milieuvriendelijk te verplaatsen in het verkeer, je hebt geen last van parkeerproblemen, je maakt het hoofd leeg na een dagje op school, …

Bijvoorbeeld: Vanaf de kleinste kleuters leren we kinderen het afval op school goed te sorteren: de afvalinspecteurs (1 kind per klas) doen regelmatig controles in de andere klassen en leren hun best doen om goed te sorteren;

We streven ernaar om op termijn zonnepanelen te installeren om zo in eigen energie te kunnen voorzien (verlichting, verwarming, warm water…).